Uitgifte van jacht­huur­over­een­komsten (vervolg)


Schrif­te­lijke vragen

Indiendatum: okt. 2011

Het college/de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag/vragen schriftelijk te beantwoorden:

1. Welke gewassen worden er verbouwd op de percelen waarop het recht van jachthuur is verleend?

2. Wat zou de omvang van de wildschade zijn als er niet zou worden gejaagd en door welke diersoorten zou deze schade worden veroorzaakt?

3. Hoeveel afschot heeft er plaatsgevonden in de afgelopen 5 jaar? Gaarne per perceel een opgave van het afschotplan alsmede de rapportage van hetgeen is gerealiseerd.

4. Hoeveel wild is er in de afgelopen 5 jaar uitgezet? Gaarne per perceel een opgave van het totaal aantal dieren en een onderverdeling per diersoort.

5. Zijn in het verleden op deze percelen alternatieve maatregelen getroffen om eventuele schade te voorkomen? Zo ja, welke alternatieven zijn toegepast en wat was het effect van deze maatregelen? Zo nee, waarom niet?

6. Wat verstaat het college onder 'in evenwicht houden van de wildstand'? In evenwicht met wat?

7. Kan het college aangeven waar in het vigerende Faunabeheerplan precies staat hoeveel hazen, konijnen, wilde eenden, houtduiven en fazanten er door de betreffende Wildbeheereenheid (WBE) zullen worden geschoten en in hoeverre dit bijdraagt tot een 'evenwichtige wildstand'?

8. Waarom kiest het college ervoor om het houden van toezicht, wat toch feitelijk een overheidstaak is, uit te besteden aan niet daartoe opgeleide personen (jagers)? Deze zijn ook nog eens zelf belanghebbende en dus per definitie niet onafhankelijk.

9. Wat zou de uitgifte van jachthuurovereenkomsten aan de WBE de gemeente per saldo opleveren?

Toelichting:

Het college van B&W heeft op 4 oktober 2011 besloten om op de agrarische percelen die in eigendom zijn van de gemeente het jachtrecht onder te brengen bij de Wildbeheereenheid (WBE) Groot Buren. De Partij voor de Dieren heeft hierover schriftelijke vragen gesteld.

In de antwoorden geeft het college aan dat het voorkomen van wildschade (door de wildstand in evenwicht te houden) en het houden van toezicht in het veld (voorkomen van stropen) redenen zijn om te laten jagen. Over alternatieven voor de jacht wordt niets vermeld.

De antwoorden van het college geven onvoldoende duidelijkheid en vormen derhalve aanleiding tot het stellen van vervolgvragen.